user_mobilelogo

menu knop terug

ENKELE AANDACHTSPUNTEN
voor de beginnende filmer bij het filmen en monteren.
 

VOOR DE OPNAME

1. Film is een vorm van kunst.

  1. Techniek is beschikbaar, creativiteit moet van jezelf komen.

2. Plan maken.

  1. Maak van te voren enkele aantekeningen, beter is natuurlijk een draaiboekje.
  2. Denk na over wat je de kijker wilt gaan vertellen en hoe je dat in beeld wilt brengen
  3. Wat heb ik aan beelden nodig voor mijn film (denk erover na voordat je aan de slag gaat).
  4. Kies zorgvuldig de onderwerpen bij het thema van de film.

3. Wat heb ik in ieder geval nodig tijdens mijn opnames.

  1. Statief.
  2. Licht (videolamp).
  3. Externe microfoon.
  4. Windjammer (ter voorkoming van ongewenste bijgeluiden in de microfoon).

TIJDENS DE OPNAME

1. Kies de opnameplaats zorgvuldig.

2. Witbalans instellen.

3. Camerastand.

  1. Let op de horizon, zorg dat je camera recht staat.
  2. Hoog of laag.
  3. In het midden. links of juist rechts van het onderwerp.

4. Bewegende/stilstaande camera/wat moet scherp, wat juist onscherp.

  1. camera beweegt bij stilstaande onderwerpen.
  2. camera staat stil bij bewegende onderwerpen.
  3. voorgrond scherp, achtergrond onscherp of juist andersom.

5. Kader eerst het onderwerp voordat je dit opneemt.

  1. Denk aan gulden snede (1/3, 2/3).

6. Filmen met zon in de rug.

  1. Let op belichting (geen onder en overbelichting).

7. Een pan van links naar rechts is beter dan van rechts naar links.

  1. Eind van de pan zeker opname nog 5/6 sec aanhouden.
  2. Uitzoomen bij een pan kan een fraai effect geven.
  3. Begin van een pan mag bewegend zijn, eind van een pan niet.

8. Niet constant in- en uitzoomen.

  1. Zoomen is een kunst, zoom niet te snel en zeker niet te onrustig.

9. Perspectief.

  1. In verband met het gewenste perspectief is het beter een gebouw van de zijkant te filmen i.p.v. Frontaal.

10. Beelden moeten voor de kijker duidelijk zijn.

  1. Zorg voor voldoende afwisselende beelden.

11. Niet inzoomen om een detail te laten zien, maak dan een close-up.

12. Zorg ten behoeve van de montage voor voldoende in- en uitloop van de opname.

  1. Zorg ervoor dat elke clip voldoende lengte heeft, dat vergemakkelijkt de montage (denk aan overgangen/fades ed).

13. Zorg voor voldoende cutawaysa.

  1. Cutaways kan van alles zijn (vaak een detailshot/close-up) bijvoorbeeld een fraai beeldje op een plein, een meisje met een leuk snoetje dat een ijsje eet, een hondje dat een lekkernij krijgt van z’n baasje, een fraai uithangbord, een mooie antieke lantaarnpaal etc etc. Allemaal beelden die je goed kunt gebruiken wanneer je bij de montage geen goede overgang kunt maken van de ene naar de andere clip.

BIJ DE MONTAGE

1. Zorg ervoor dat elk filmpje een kop-romp-staart heeft.

  1. Een verhaal met een begin, tussenstuk en einde e/o conclusie.

2. Gebruik geen foto’s wanneer de benodigde beelden als film te maken zijn.

3. Ritme van de clipsa.

  1. Zorg voor een timing van de clips ( lengte van de clips moet passen bij het onderwerp).
  2. Borden met teksten (bijvoorbeeld informatie, straat- of plaatsnaam borden) moeten lang genoeg in beeld blijven zodat de kijker voldoende tijd heeft om het te lezen.
  3. Zorg voor een goede mix van harde en fade-overgangen.
  4. Geen beelden afbreken, dat geeft een slordige indruk bij de kijker.

4. Al zijn de beelden prachtig, te korte clips niet gebruiken.

  1. Liever een mooie korte film dan een minder goede lange film.

5. Gebruik van voice-overa.

  1. Gebruik geen voice-over wanneer de beelden voor zich spreken (dus bijvoorbeeld dus vooral geen informatie via een voice-over zoals “hier zien we een bakker aan het werk”).
  2. Gebruik geen voice-over wanneer je de kwaliteit van het geluid hiervan niet goed krijgt.
  3. Zorg ervoor dat de toegevoegde muziek en het originele geluid in een goede verhouding worden teruggebracht wanneer de voice-over te horen is.

6. Titels en teksten.

  1. Gebruik geen grote letters en/of exotische lettertypes (kijk eens wat bij films op TV zoal wordt gebruikt).
  2. Gebruik – buiten de aftiteling - geen (of in ieder geval niet teveel) bewegende teksten, dat wordt door de kijker als storend ervaren.

7. Muziek.

  1. Gebruik vooral passende muziek bij de beelden (dus geen James Last bij een schitterend stukje natuur en geen klassieke muziek bij een dorpsfeest).
  2. Zorg dat de muziek bij aanvang van de film op het juiste moment begint, niet te vroeg maar zeker ook niet te laat.
  3. Zorg ervoor dat de muziek precies eindigt bij het einde van de laatste clip. (dus niet zo monteren dat bij het laatste beeldje de muziek stopt terwijl de muziektrack nog niet is afgelopen).
  4. Wisselen van soort muziek in één film kan natuurlijk (bijvoorbeeld bij een verandering van onderwerp), maar zorg ervoor dat de sfeer over de gehele lengte van de film gelijk blijft.

8. Controle van de montage.

  1. Niets is zo belangrijk als het controleren van de gehele montage met alles wat daarbij is gebruikt en vanuit de software is toegepast.
  2. Kijk vooral ook naar het geluid. Origineel geluid, muziek en voice-over moeten over de gehele film in de juiste verhouding met elkaar te horen zijn. Dit voorkomt dat de kijker bij het afspelen continu de volume (hard/zacht) moet bijstellen.
Image Alt

uw-advertentie

Hier kan uw bedrijfsnaam staan.

View more
Image Alt

uw-advertentie

Hier kan uw bedrijfsnaam staan.

View more
Image Alt

uw-advertentie

Hier kan uw bedrijfsnaam staan.

View more